Wat WETEN wij vandaag?: Een rekening per tafel a.u.b.

Maandag, 23 februari 2015

De slogan ‘Een rekening per tafel!’ of een variant hierop leest U tegenwoordig in diverse Nederlandse restaurants. Het staat vaak vermeld bij binnenkomst op een bordje met de huisregels, onderaan de tekst van de menukaart of het wordt bij het vragen van de rekening zonder terechte schroom medegedeeld door de kelner. Frietje Pinda begreep dit nooit totdat een tiental jaar geleden in een café een voorbespreking werd gehouden voor een vrijgezellenavond voor een persoon die deze groep, uit bijbehorend fatsoen, bij elkaar bracht. De bijeenkomst werd gehouden in een stad en kroeg die bekend was bij de onbekende kant van deze groep. Dat waren dus niet Frietje Pinda en zijn kornuiten maar zwagers, collega’s en relaties die stuk voor stuk vonden dat zij de bruidegom het langst en beste kenden. Dit in tegenstelling tot de feitelijke 25 jaren innige vriendschap tussen de kornuiten (incl. Frietje Pinda) en de bruidegom in spé.

Een zwager deed zich voor als ‘trekker en beoogd best man’ van het geheel, en toen de serveerster zich aan de tafel schikte om de bestelling op te nemen, liet deze zwager zich nonchalant ontvallen dat er maar een bonnetje gemaakt moest worden gemaakt voor deze groep mensen. Dit zei hij op een toon of dit zijn dagelijkse stamkroeg was en keek ook enigszins verbouwereerd toen de dame vroeg wiens naam zij mocht noteren op het ‘bonnetje’. ‘Zeker nieuw!’ zei de zwager toen zij was vertrokken om de bestelling in orde te maken. Maar goed, een gezamenlijke bon is zoals Frietje Pinda het graag ziet. Zeker op dit soort avonden creëert het iets van ‘broederschap’, een saamhorigheid.

Tijdens het opnemen van de bestelling riepen plots vier van de onbekende lieden behoorlijke trek te hebben. Op zich vreemd omdat juist was afgesproken om de bijeenkomst na etenstijd te laten plaatsvinden zodat niet (gelijk) gezamenlijk gegeten hoefde te worden (vanwege extra kosten). Hoewel het niet samen eten duidelijk over en weer is gemaild tussen bepaalde personen, bleken juist die personen het niet helemaal begrepen te hebben en hadden dus niet gegeten. De zwager toonde zich een waardig ‘trekker’ en vroeg aan de trekhebbenden wat zij wensten. ‘Och, bestel maar wat want jij bent hier immers bekend!’ compleet met een passende, achteloze houding. Hierop bestelde de zwager een bij hem bekende tapasschotel en een bittergarnituur, beide voor twaalf personen, het aantal van deze groep.

De avond verliep zoals het wellicht vaker op dergelijke avonden gaat. In ieder geval deze avond. Aan de ene kant wordt een plan voor een vrijgezellenavond gesmeed alsof de groep allen levensgetrouwe musketiers zijn en aan andere kant is het een avond waarvan, behalve Frietje Pinda en zijn kornuiten, niemand elkaar echt blijkt te kennen behalve van verplichte borrels, baby bezoeken of feestjes terwijl een ieder doet de allerbeste vriend te zijn van de bruidegom in spé.

Op een gegeven moment was hetgeen besproken wat besproken moest worden, onderwijl de rijk gevulde tapasschotel en evenzo het bittergarnituur door sommigen (die waarschijnlijk niet of minder gegeten hadden) verorberend, plus de taken en rollen verdeeld. Al met al leek het toch een gezellige avond te worden tot de rekening door de zwager werd gevraagd. Frietje Pinda zag enkelen al direct hun portemonnee trekken maar de blik op hun gezicht waarschuwde voor wellicht enige, komende verrassing. Uit een van de monden die de zwager mededeelden ‘trek’ te hebben kwamen plots de woorden dat ieder voor zichzelf de bon vraagt en afrekent. ‘Pardon?’ was de misschien ietwat luide reactie van Frietje Pinda met een blik naar de persoon dat deze toch echt iets uit te leggen had. ‘Nou, ik heb een glas wijn gehad.’ Eigenlijk bedoelde deze persoon dat Frietje Pinda twee biertjes en twee bruiswater heeft gedronken dus meer consumpties. ‘En van de bittergarnituur heb ik niets genomen want dat is vet en dat eet ik niet.’ Maar Frietje Pinda kon zich nog goed herinneren dat het niets uitmaakte wat zou worden besteld. ‘De wijn kost hier € 3,50 en de tapasschotel € 17,50.’ Er deed zich plots een herinnering op in het hoofd van Frietje Pinda dat de vier trekhebbenden om kleine bordjes vroegen (de rijke tapasschotel werd keurig geleverd met twaalf vorkjes) zodat deze voor eigen gebruik vol geschept konden worden met diverse tapas met het excuus dat zij nog niet gegeten hadden. ‘Dus als ik vijf euro neerleg dan is dit ruim voldoende!’ De straffe blik naar Frietje Pinda sprak boekdelen en de drie andere trekhebbenden deelden spontaan en collectief deze blik terwijl de zwager (die hen beter kende of verplichten regelmatiger zag) bloosde van gepaste schaamte. Het was een moment om een discussie aan te gaan maar Frietje Pinda wist zeker dat mijnheer de partypooper Frietje Pinda ook zeker drie kipnuggets met bbq saus had gesnoept. De laatste kwamen echter van de bittergarnituur en niet van de tapasschotel. Bovendien stond het laatste flesje bruiswater van Frietje Pinda nog onaangeroerd op tafel om genuttigd te worden. Maar partypooper pakte het flesje en schonk het leeg in zijn wijnglas die al enige tijd leegstond. Toen Frietje Pinda een verbaasde blik toewierp was het antwoord dat mijnheer dacht dat het flesje ‘over’ was en niet door iemand gedronken zou worden.

Een moment om op de barricades te staan maar de reden van samenzijn hield dit tegen wat resulteerde dat de vier trekhebbenden met opgeheven hoofd de genoten consumpties zo ver mogelijk op de cent afrekenden of althans hun aandeel overhandigden aan de zwager. Zij liepen gevieren ook tegelijk weg en bedankten de serveerster voor de bijzondere service, gastvrijheid, het lekkere eten met de melding dat de mijnheer in paarse trui (de zwager) voor de betaling zal zorgen. Een bijzondere service laat Frietje Pinda dan ook blijken in een fooi maar dat gold niet voor deze lieden.

De zwager, die deze lieden beter bleek te kennen, verontschuldigde zich voor hun gedrag. Het bleek altijd op deze irritante manier te gaan. Twee van de vier bleken zelfs een stel met een relatie van zestien jaar waar tot op de dag van vandaag onderling alles wordt verrekend in bijzijn van het gezelschap. De zwager vertelde dat deze lieden de laatste jaren gelukkig het tafereel iets eerder verlieten dan de afrekening. Voorheen wilde zij allen een bon zodat alles op de cent werd afgerekend. Aan fooien deden zij nooit maar namen de hartelijke dank van de bediening daarvoor maar al te graag in ontvangst. De fooi was dan verzorgd door de rest van het gezelschap.

Het gaat voor dit stuk te ver om te vertellen hoe de kostenverdeling verliep van de afgesproken vrijgezellendag maar het bleek dat enkele lieden (heel toevallig dezelfde vier in het café) bepaalde, besproken en afgesproken onderdelen op het moment zelf niet mee wilden doen en daar achteraf dus ook niet voor wilden betalen.

Dat bordje of de genoemde huisregel in het begin van dit stuk is een gevolg dat de Nederlandse en buitenlandse horeca dus vaker last heeft van dit soort partypoopers. Is dit Hollandse zuinigheid met vlijt ondergeschikt aan saamhorigheid en gezelligheid?

Update (14.03.15): Frietje Pinda heeft in diverse ANWB reisapps (Fr., It., Es) de vertaling gevonden voor de zin dat ieder aan tafel apart afrekent.




Advertenties

Gepubliceerd door

Frietje Pinda

Maatschappij kritisch en dol op allerlei (eet)weetjes...

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s